De stem aan de andere kant van de lijn trilde en haperde, ik wachtte af wat komen zou; een melding van overlijden dacht ik. Een diepe zucht gevolgd door een kuchje en toen een waterval aan woorden. Hij sprak toch met de uitvaartbegeleidster die de uitvaart van zijn aangetrouwde tante verzorgde? Of ik wist dat zijn vrouw, nichtje van die tante, een maand geleden overleden was en hoe bijzonder de band was tussen zijn vrouw en haar tante. Dat zij graag nog zelf gesproken zou hebben op de uitvaart. En dit dus helaas niet meer kon en hoe zij samen besloten hadden dat zij haar gedachten en gevoelens op zou schrijven en dat hij het in haar plaats tijdens de afscheidsbijeenkomst zou voorlezen. Stilte, gevolgd door een hees gefluister; ook dit was niet meer gelukt. Zijn vrouw was niet meer in de gelegenheid geweest haar woorden aan het papier toe te vertrouwen. Hij huilde nu, zachtjes, en ik wilde dat ik meer tot mijn beschikking had dan enkel mijn stem en de woorden die ik koos om mijn medeleven te tonen bij dit enorme verlies. Hij vervolgde zijn verhaal. In de geest van zijn vrouw had hij de woorden op papier gezet. Ze ook uitspreken tijdens de afscheidsbijeenkomst was een brug te ver. Of ik dat voor hem én haar zou willen doen? Natuurlijk zei ik, natuurlijk wil ik dat voor jullie doen. Een ervaring die mij niet onberoerd liet. Het spreken van woorden van de ene
overledene voor de andere overledene. Woorden van herinnering, woorden getuigend van de diepe band die kan ontstaan tussen twee mensen wanneer leegte gevuld wordt. De moeder zonder kind en het kind zonder moeder vonden elkaar. Ik zag ze voor me terwijl ik de woorden sprak die getuigden van hun liefde voor elkaar. In liefde verbonden. In leven en sterven. Ik keek naar haar man terwijl haar woorden als vanzelf uit mijn mond kwamen. Wij wisten dat het goed was.