Wanneer ik de verzorgkamer van het uitvaartcentrum nader brengt een bekend luchtje me 40 jaar terug in de tijd. In mijn gedachten is het vaderdag en ik zie weer voor me hoe mijn vader het cadeautje dat mijn broertje en ik bij de drogist in het winkelcentrum gekocht hebben open maakt en hoe hij onder gespeeld enthousiasme zich overvloedig besprenkeld met Old Spice after shave. Het luchtje dat hij in die tijd dagelijks gebruikte. Een luchtje dat hoort bij mijn kindertijd. De man op de verzorgtafel zou mijn vader kunnen zijn, dezelfde generatie en blijkbaar nooit gestopt met het gebruiken van Old Spice. Enkele uren later zit ik bij zijn dochter aan de keukentafel. In tranen verteld zij mij dat precies gebeurd is waar ze steeds zo bang voor was. Een val. Hoe vaak had ze hem niet gezegd hulp te accepteren nu zijn lichamelijke conditie zo achteruit ging. Maar steeds opnieuw had hij dit afgewezen. Eigenwijs was hij, zei ze. Iets van een ander aannemen deed hij niet. Het is zijn dood geworden, er klinkt iets van een verwijt én berusting in haar woorden. Terwijl ze opstaat om thee te zetten valt mij de grote, versierde kerstboom op. Een klein in groen glimmend papier verpakt cadeautje eronder. De rode strik zit een beetje scheef. Ze ziet me kijken en begint opnieuw te huilen. Voor hem zegt ze, ik had het voor hem gekocht om met kerst te geven. Old Spice after shave, of ik dat ken vraagt ze. Ik knik en voel een brok in mijn keel.